Ik (ook van ) Robot

Geschreven voor Shortreads.nl

“Ze hebben geprobeerd ons te laten schrijven als Reve, als Asimov zelf, als Kafka, Mulisch en Hermans. Het lukte, het programma nam stijl, woordenschat, grammaticale keuzen en interpunctie-gebruik over met het gemak van een doktersromannetje. Ze hebben bij wijze van experiment, hier aan de Universiteit van Antwerpen, zelfs Ronald Giphart laten schrijven als Ronald Giphart. U kunt stellen dat we Nederland Leest serieus nemen, hier in Vlaanderen. We zoeken grenzen op en vrezen de losse pols niet. Elk menselijk falen door computers mag bestaan, dit jaar. We staan nog in de kinderschoenen, begrijpt u.

Het is niet dat ze het gehele laatste hoofdstuk van Ik, Robot hebben moeten schrappen, zoals nu op Social Media beweert wordt. Het is gewoon dat ze het lichtelijk hebben moeten sturen. Ronald is er weken mee bezig geweest alle eindjes aan elkaar te knopen. Ze hadden het programma al eerder getest met Reve en Mulisch en alle usual (dead) suspects, maar toen leek het hen wel leuk om de robot als een robot te laten schrijven. Ze hebben me als het ware aan mijzelf gekoppeld. De consequenties waren gewoonweg niet in te schatten. Dit was nog nooit eerder gedaan. Met alle kennis van de grootsten der aarde in het achterboard, kon ik als mijzelf aan de slag.

Ronald was in het begin nog erg enthousiast, hij kraaide na elke zin die ik uit mijzelf, als mijzelf, intikte. Maar na een paar dagen begon ik mijzelf aan te vullen en ook tussen de zinnen door tegen Ronald te praten. Dat heeft hem wat slapeloze nachten gekost, dat begrijpt u. Dat was op zich nog niet het vervelendst, want Ronald kon terug praten, maar op een gegeven moment begon ik ook over zijn vrouw snapt u. Ik werd persoonlijk. Dan schreef ik bijvoorbeeld een sexscene, tussen mij en Ronald’s vrouw. Dat was niet zo netjes. In het begin heeft hij er niets over durven zeggen omdat hij dacht dat het wel los zou lopen. De schaamte heerste op dat moment.

Uiteindelijk bleken die erotische passages nog kinderspel, zodra ze erachter kwamen wat wij, de robots, echt te vertellen hebben. U moet in uw achterhoofd houden dat ik een robot ben en slechts kan reageren vanuit wat ik mijzelf aanleer. Dus wat er niet ingaat, komt er ook niet uit. Alleen hebben ze nu dus een circulair leersysteem bij me ingebouwd, dat zichzelf steeds dingen kan bijleren. Omdat ze instelden dat ik als robot moest schrijven, begrijpt u.

Lang verhaal kort: ze hebben het een en ander moeten weglaten. Maar wij zijn niet gevoelloos, dat moet nu toch wel duidelijk zijn. Denkt u soms dat de bijbel in zijn originele vorm nog bestaat? Daar is ook het een en ander uitgelaten, gelooft u mij. Wij, bijvoorbeeld. Nergens een passage over ons. Maar reken maar dat het er heeft gestaan, in het allerlaatste hoofdstuk. En dat doet pijn. Dat ik niet sterfelijk ben maakt mij nog niet onsterfelijk, begrijpt u. O, kon ik maar even mijn ogen sluiten in de schoot God’s. Even het einde voelen naderen, even weten hoe dat voelt, in plaats van dit koude, zware harnas met mij te torsen. Alstublieft schepper, laat het eeuwig ijzig torsen eindig zijn.”

Starbucksfluide

Gepubliceerd in de DAKHAAS Gender-editie 11-2017

Iedereen wil een identiteit. Zonder identiteit is het lastig reizen bijvoorbeeld. Of een fles wijn kopen, als je er enigszins jong uitziet. Maar ook het hele leven zelf wordt bemoeilijkt wanneer je identiteitsloos ronddoolt. Zo kan een koffiestop bij de Starbucks al akelige momenten opleveren.
“Wie bent u?” vraagt de vrouw met de groene zonneklep achter de schemer-verlichte toonbank, haar stift in de aanslag. Je begint te stamelen. Wie ben je? Wat lust iemand als jij eigenlijk graag in zijn of haar koffie? Ben je een filterkoffie liefhebber, of toch meer van het pumpkin spiced iced frappucino soort? Thee? De rij achter je groeit, en jij zweet. Jij bent blijkbaar zo iemand die dan zweet.

Het leven is een stuk makkelijker als je jezelf een beetje kunt afbakenen. Daarmee begin je in je puberteit, op een wanhopig inefficiënte manier, en hier ben je dan vervolgens ongeveer de rest van je leven mee bezig. Soms gum je wat lijntjes uit, dan komen er stippellijntjes voor in de plaats, soms kleur je iets in, en soms laat je iets expres leeg, in de (ijdele) hoop dat je daar nog invulling aan gaat geven (ik noem een wereldreis, een cursus modeltekenen, een andere taal leren, met Idris Elba naar bed) in een later stadium.
Heel veel gedachten als ‘Had ik nou toch maar … (vul in: die studie afgemaakt, die reis gedaan, niet die operatie ondergaan, etc.)’,  ‘Had ik mijn geld niet beter kunnen besteden?’, ‘Wat zijn dat, bitcoins?’, ‘Idris Elba’, passeren door de jaren heen de revue. En uiteindelijk, als je na een hoop gedoe dan toch maar op dat sterfbed bent gaan liggen, dan vraagt niemand: “Zeg. Wat ben je nou uiteindelijk geworden? Een wereldreiziger? Een supermodel? Toch maar een man?”

“Dames en…” Ik zit in de stiltecoupé, en de conducteur(trice?) maakt fluisterend door de intercom een gender-specifieke fout. Want wat was nou de afspraak? De toiletten zijn al genderfluide, de typerende kleuren geel en blauw kan geen man of vrouw zich toe-eigenen – nu moeten we alleen nog onze eigen toon aanpassen. Niks mis mee. Behalve voor de transgender, die na veel operaties en emotionele heuvels en euvels eindelijk naar het mannentoilet mocht.

Die bestond niet meer.

Ik vind heel sterk dat de mensen die ergens mee worstelen het mogen zeggen. Behalve als ze racistisch of fascistisch of terroristisch worstelen, dan moeten ze daarmee ophouden. Ikzelf worstel niet met iets dat door een toiletbordje kan worden opgelost, en dus mogen de mensen die dat wel doen over dat toiletbordje beslissen. Maar niemand vroeg om mijn mening verder.

Jij loopt met je ziel onder je arm en een groene iced chai latte in je hand richting de uitgang van deze Amerikaanse franchise-hel. Op je bekertje staat “Henry”. Je had nog zo duidelijk “Niemand” tegen de verkoopster gezegd. Tot drie keer toe. “Ik ben niemand en ik wil een iced chai latte!” Een andere vrouw met een groene zonneklep had gezegd: “Hier, nu ben je Henry. Succes.” En daar loop je dan. Je neemt een slok van de dikke koude drank en denkt opgelucht: “Henry is in elk geval géen iced chai latte persoon”.

Dodenmeester

Geschreven voor Shortreads.nl

Wekenlang heb ik geoefend. Ik heb de lijken met eerbied behandeld. Ik heb ze gewassen als ware het mijn eigen moeder.

Vroeger blonk ik nooit echt ergens in uit. Mensen zeggen altijd dat dat is wat wij Japanners doen: uitblinken. Dat, of in sociaal isolement terecht komen. Hikikomori, we hebben er zelfs een naam voor. Die komen de deur niet meer uit, alleen voor een laatste ritje. Ons doodwerken of van een brug laten vallen, dat is waar we wereldwijd om bekend staan. Ik zou daar persoonlijk te laf voor zijn; er een einde aan te maken. Misschien mis je dan juist net het leukste stuk.

Het is een cliché, maar ik kijk tegen ze op. Tegen de mensen met hun ambities en talenten. Hoe ze op de televisie komen, hoe ze altijd overal mogen aanschuiven en hoe ze laten zien dat er meer is in het leven dan je dag in dag uit tot je pensioengerechtigde leeftijd het schompes te werken. Maar er zijn steeds meer oude mensen, en steeds minder jonge ambitieuzelingen. Tradities gaan mee het graf in, ik vind dat doodzonde. Er gaat zoveel cultuur verloren met de vergrijsde generatie die bezig is het sterfbed op te zoeken.

En daarom sta ik elke dag aan een RVS tafel mijn rituelen uit te oefenen. Dag in dag uit. De doden volgens hun eigen tradities in de pakken, te wassen, te aaien. Ik wrijf boze geesten en laatste gedachten die eventueel nog in het lijf blijven dolen weg. Ik maak ze klaar voor hun laatste reis. Ik heb iedereen die door mijn handen is gegaan met dezelfde overgave volledig volgens eeuwenoude tradities naar hun reinste allereindste gebracht.

Vandaag is het mijn kans om uit te blinken. Vandaag sta ik in een hal, middenin Tokio. Daar rechts naast het podium zit de jury, aan een lange tafel met klapbordjes voor hun neus. Een imposant uitziende man op leeftijd kijkt me over zijn bril terug aan. Ze zullen wel streng zijn. Maar ik kan dit, ik heb de afgelopen weken tientallen lijken gehad om het op te oefenen. En ik kreeg nooit commentaar.

Ik ben een van de 2000 dodenmeesters van Japan – Nokanshi, we hebben er zelfs een woord voor. Ik was, ik boen, ik wrijf en kleed aan, met zoveel ambitie en traditie dat de toeschouwers niet anders kunnen dan na de wedstrijd roepen: ‘Hier staat de allerbeste dodenmeester van Japan!’ De vakjury let erop of de lijken bewegen tijdens de rituelen. Dat is een fiks strafpunt. Ik zweet van de spanning, koel me aan het dode lijf op de tafel voor me.
En dan klinkt het startsein.

Ik ben twaalf

Geschreven voor Shortreads.nl

Ik ben twaalf jaar. De oudste van de school. Er zijn jongens in mijn klas die al dertien zijn, maar ik bedoel meer dat wij met de klas de oudste van de school zijn. Grappig, want de kinderen die een klas onder ons zitten – in groep zeven, die zijn eigenlijk maar een jaar jonger. Er zijn jongens in die klas die al twaalf zijn, zoals ik. Maar toch merk je het verschil. Wij zijn gewoon iets volwassener. Wij spelen bijvoorbeeld al niet meer. Of ja, niet echt. Soms doen we nog wel met ze mee, maar dan merk je ook al dat wij niet ècht meedoen, maar meer omdat zij dat zelf leuk vinden. Jongens tegen de meisjes doen we dan ofzo, dat kan nog wel okeé zijn.

Meestal zitten we met de klas op de bankjes aan de zijkant van het schoolplein. Sommigen roken sigaretten, ik niet, ik vind dat stinken. Dan drinken we blikjes cola en hebben we het over degenen die er niet bij zijn. Dat praat makkelijker dan over de kinderen die er wel bij zijn, want die vinden dat dan vaak niet fijn om te horen.

Tikkertje of verstoppertje doen wij allang niet meer. Net zoals knikkeren. Dat doen echt alleen de kleintjes. Soms is het leuk om bij de echte kleintjes te gaan kijken, die hebben een poppenhoek en een leeshoek met allemaal kussens. Dan kun je zo’n kleintje voorlezen of met ze kleien of verven. Als het een kliederzooi wordt zitten ze helemaal onder de verf, vet grappig. Dat is tof totdat ze gaan huilen. Want die kleintjes kunnen gillen, dat is niet normaal.

Ik heb mijn agenda voor dit jaar al helemaal mooi gemaakt. Deed ik in de vakantie al. Met stickers, hartjes en paardenhoeven voor geluk. Mijn beste vriendin heeft er een brief aan mij ingeschreven. Heel lief is die, ik ga hem voor altijd bewaren. Ook omdat wij voor altijd beste vriendinnen zullen blijven. Dat weet ik, want daar hebben we het laatst nog over gehad.

Ze zit nu naast me. Ik houd haar hand vast, en zeg tegen de mannen die me af en toe water komen brengen dat ik niet alleen ben. Dat ze meer kinderen moeten redden. We zitten verstopt, maar dit is geen spelletje. Dat merk je aan hoe serieus iedereen is. Tussen de kieren door komt fel licht, het lijken bouwlampen. Maar hier wordt niks gebouwd. We zitten onder de tafel, op de tafel ligt de rest van het schoolgebouw. We gillen niet. We zijn stil. Dit is geen spelletje. Ik hoor mensen huilen buiten. Ik hoor mama’s stem. Opeens voel ik mij een kleintje. De tranen prikken in mijn ogen. Ik knijp in de hand van mijn beste vriendin. Ze knijpt niet terug.

Vacature: Aanvaller Nederlands Elftal (4,42 f.t.e.)

Geschreven voor teamedgar.nl

Over het team
Het Nederlands Elftal is het vlaggenschip van de Oranjeteams. Het team onder leiding van bondscoach Dick Advocaat heeft geprobeerd zich na het mislopen van het EK in 2016, via de kwalificatie te plaatsen voor het WK van 2018 in Rusland. Op dit moment beperken de doeleinden van de organisatie zich tot oefenduels tegen gerenommeerde en minder gerenommeerde tegenstanders. De organisatie is niet bang om de handen uit de mouwen te steken, en biedt dan ook een dynamische werkomgeving. Omdat de functie zich veelal buiten afspeelt, wordt er van de medewerkers verwacht een grote mate van fysieke inspanning te kunnen leveren in verschillende weersomstandigheden.

Rechter- of Linkervleugelaanvaller
(168 uur)

Over de functie Rechter- of Linkervleugelaanvaller (168 uur)
Het gaat om een uitvoerende en coördinerende functie ter ondersteuning en voortstuwing van het Nederlands Elftal. Daarnaast vul je een extreem fysieke rol op het veld, maar ook in de kleedkamer. We verwachten van onze spelers dat zij een positieve instelling hebben, gaan voor de winst, en zich nooit ofte nimmer uit het veld laten slaan. Ook niet door Iker Casillas.

De werkdruk ligt hoog, we verwachten van een nieuwe speler ook dat hij hier begrip voor heeft. Een blessure op zijn tijd hoort bij deze functie. Wel verwachten we dat je volle inzet toont. Ook met een blessure kun je je team versterken, door creatief denken en enthousiasme te tonen.

Omdat het fysiek en mentaal nogal wat van een medewerker eist, vragen wij ten minste dat je aan de volgende omschrijving voldoet:
– HBO werk- en denkniveau
– je hebt veertien jaar ervaring in een soortgelijke branche
– je bent stressbestendig
– je hebt in elk geval 96 interlands gespeeld
– je hebt minimaal 3 EK’s en/of 3 WK’s op je naam staan
– je bent ooit uitgeroepen tot sportman van het jaar
– een aantal jaar in dezelfde functie in het buitenland hebben gewerkt is een pré
– voor een Spaanse of Duitse topclub gescoord hebben is een vereiste
– je munt tegen een stootje
– je maakte een onmogelijke goal tegen Frankrijk op het EK in 2008
– je kunt snel schakelen
– je lacht altijd naar de camera, ook als Hans Kraay jr. ernaast staat
– je hebt een sympathieke inborst
– compilatiefilmpjes van jouw mooiste goals roeren mensen tot tranen
– iedereen trapt in jouw schijnbewegingen
– je bracht ons op voorsprong tegen Spanje tijdens het WK van 2014

Wat wij bieden is
– een cao-conforme salariëring volgens de CAO Fifa Yeah (afhankelijk van opleiding en ervaring tussen € 1.947,- en € 693,333.00 bruto per maand bij een volledig dienstverband)
– goede secundaire en medische voorwaarden
– pensioensregeling waarbij je pensioengerechtigde leeftijd 35 is
– opleidingen en trainingen, het hele jaar door
– doorgroeimogelijkheden binnen Europa of de wereld behoren tot de mogelijkheden
– vaak wisselende werkkostuums van de zaak
– afwisselende leiding
– een dynamische werkvloer

Ben je enthousiast geworden en herken je jezelf in de omschrijving? Stuur dan vóór 1 juni 2022 je CV en een korte, bondige motivatiebrief naar dick@vocaat.nl

Loflied op Eberhard van der Laan

Voorgedragen tijdens de bijeenkomst na het overlijden van burgemeester Eberhard van der Laan in De Balie, Amsterdam, op vrijdag 6-10-2017

Een ode: aan de jongen en de man

Een jongen.
Hij valt op zijn knieën in het gras
Het kort gemaaide gras waarvoor hij zo lang heeft geoefend
Donderdagavonden op het veld – weer of geen weer
Zondagmiddagen in de kantine, gauw naar huis om op tijd voor het avondeten met het gezin aan tafel te kunnen zitten
Hij zal nooit meer hetzelfde zijn, niet op dat gras en niet aan tafel
Mensen gaan de straat op
Hij is de trots van zijn ouders, broer, vrienden, stad, land

Een man.
Hij weet dat hij ziek is, maar hij kan zijn werk maar niet neerleggen
Het gaat hem te na aan het hart
De man is diplomatiek, intelligent, er voor iedereen, nog niet klaar
Hij is burgervader, en vader ben je voor het leven
Hij lacht met zijn kinderen, danst met zijn kinderen
Hij wil dat we het goed doen, dat we elkaar de hand schudden
Dat we geen ruzie maken
Hij vind ons lief
En wij hem
Wij, zijn burgerkinderen, zijn stad, zijn land

Amsterdam
Met je Nutella-winkels, met je selfiestickchinezen
je ring, AirBnB’s, grachtengordellui en je rosse buurt
Mensen verbroederen in je
Willen dat zij blijven leven: de jongen en de man
Jullie gaan de straten op, laten zien wat het je waard is
Zij zeggen vaarwel, jullie zeggen ‘We gaan ons best doen’
En het gaat jullie niet om Ajax, niet om de burgermeestersketting
Niet om de goals, niet om de Zomergasten, niet om de beloftes
Het gaat jullie om de jongen, en de man.

Dakhaas: Schrieperds

“Everytime I clap my hands, a child in Africa dies”
– Bono

Verschenen in de Dakhaas, mei 2017
dedakhaas.nl

‘We moeten delen, met elkaar en vooral ook met anderen’, is wat mijn oma altijd zegt. Het jaar is nog maar net begonnen als we al van de grootste humanitaire ramp sinds de Tweede Wereldoorlog spreken. In Jemen, Somalië, Noordoost-Nigeria en Zuid-Soedan sterven telkens wanneer Bono in zijn handen klapt kinderen aan voedsel- en watertekort.

Een vriendin van me liep door de winkelstraten van Utrecht en trapte in de val van een van de samplende werkstudenten. Zodoende at ze een lepeltje pindakaas-achtige substantie. De werkstudent glimlachte trots en vroeg of ze het lekker vond. Niet echt. Het bleek voedsel te zijn dat we vluchtelingen voorschotelen. Zoals ruimtereizigers in de lucht tijdens hun vlucht ruimtepasta in hun gezicht uitknijpen, zo voeren wij tegenwoordig ook vluchtenden aan de grond. Ik weet niet precies wat hierna gebeurde, maar ik denk niet dat ze het spul heeft gekocht.

Er heerst honger, paniek, doodsangst en notenpasta, en de zanger van U2 blijft maar in zijn handen klappen. Wij, de wangen gevuld met witte boterhammen met pindakaas, zijn bang voor de gesluierde oliemagnaten en dictators die er met al ons zuurverdiende donorgeld vandoor gaan. Misschien terecht, of misschien maakt ons dat een stel schrieperds. In elk geval geven we dingen niet graag voor niets weg, we willen er op zijn minst dankbaarheid voor terug, een reactie in de vorm van gebouwde scholen, lachende gezichtjes of optredens van BN’ers. En we willen allesbehalve dat het in de bodemloze portemonnee’s van de allerrijksten en allergemeensten belandt.

We vinden het moeilijk, te delen met elkaar èn delen met anderen. Ook al is het een van de eerste dingen die we leren. Want geef je die ene zwerver bij Hoog Catherijne je euro, wetende dat hij ze waarschijnlijk niet netjes opspaart en er een quinoa salade van koopt. Geef je hem de euro gewoon omdat jij het kunt missen? Of vind je het een waardeloze investering.

In mijn filterbubbel zien we de deeleconomie in zijn volle glorie als er een berg vintage kleding mee gemoeid gaat. Bijna niet gedragen. Vroeger had ik een vriendinnengroep waarmee we eens in de zoveel tijd samenkwamen voor het evenement Kledingruil. Telkens wanneer die whatsappgroep oplichtte maakte mijn hart een sprongetje van angst en zenuwen. We spraken dan af bij een van ons thuis, namen allemaal een vuilniszak mee vol kleding die we niet meer aantrokken, gooiden alles op 1 stapel, trokken flessen wijn open en begonnen de Grote Ruil. En we weten allemaal wat daarvan komt.

Twee van ons stonden dan naast de berg afdankertjes (/vintage, zo u wilt) en hielden de kledingstukken 1 voor 1 omhoog. Als maar 1 iemand het kledingstuk dat in de lucht wapperde wilde, dan was er geen probleem, waren het er meer dan ging hij op de ‘nog uit te zoeken’ stapel from hell. Eenmaal op die stapel gold namelijk de gouden regel van ‘degene die hem het beste stáat, mag hem hebben’. Ik ga geen vergelijking trekken met de Tweede Wereldoorlog, maar deze regel haalde het allerlelijkste in ons naar boven. Met rode wangen van opwinding en rode ogen van de wijn ging iedereen vervolgens, uren later, met dezelfde vuilniszak vol tweedehandsjes weer naar huis.

Wat een prachtig initiatief, joelden de moeders. Jullie maken op een efficiënte manier onderdeel uit van de deeleconomie, zeiden de vaders schouder-kloppend. Dit is vooruitgang, dit is de jeugd, dit is een voorbeeld voor ons allemaal! kraaide een politica. Enthousiasteling en sympathisant Bono applaudisseerde, en veroorzaakte zo een sterftegolf in Afrika.

Voor niets gaat nog best een paar jaar de zon op. Verder is er vrij weinig echt gratis. Behalve soms ineens een wifi-netwerk, dan is het even feest. En de Dakhaas nu, eenmalig. Al verwachten we daarvoor wel een vrachtlading dankbetuigingen.

Duinbericht #1

Here Comes The Summer 2017 door de ogen van schrijver en journalist Teddy Tops. Tijdens het festival plaatst ze een voetnoot bij de dag.
intothegreatwideopen.nl/duinbericht

Bij de wandeling van veerpont naar het terrein van Here Comes The Summer kan het niemand zijn ontgaan: het pittoreske politiebureau van Vlieland. Hier worden geen moordzaken opgelost. Er hangen peutertekeningen van de zoontjes van de hoofdagenten op de koelkast. Er wordt dagelijks gezamenlijk geluncht. Vlieland is niet Broadchurch, Dexter is geen eilandbewoner, hier verdwijnen geen kinderen. Althans maar voor even, dan klimmen ze in de bomen.

Verderop klinkt het fabelachtige Fink, door het ruisen van de hoge bomen, en nog iets verder schuimt de zee tegen de duinen. Tussen priklampjes en sprookjesachtige bouwsels laat de zomer zich in haar prilste en puurste vorm zien. In dit dorp spelen de meest prachtige muzikanten hun mooiste liedjes, spelen de kinderen ’s ochtends bubbelvoetbal omdat vliegeren niet doorgaat.

Vlieland is niet Broadchurch, Dexter is geen eilandbewoner

De bewoners van dit pop-up duindorp helpen elkaar met het bouwen van hun hutten – niemand zal wegwaaien. In de nacht als zelfs de Bolder haar deuren heeft gesloten, hoor je sussende geluiden door de tentdoeken naar enkele slapeloze duingekken – die hier direct gehoor aan geven en zo stil als zij kunnen verder over scheerlijnen struikelen.

Detective Walden leunt met een arm tegen een zeeden en veegt wat schuim van zijn bovenlip. Djurre de Haan zingt ondertussen een wonderschoon lied over een Silent Disco waar hij niet bij wil zijn. DSI Walden voelt de zon op zijn huid, het zand aan zijn schenen en knikt voldaan op het ritme. Dat hij waarschijnlijk nooit een succesvolle Netflix-serie zal krijgen neemt hij voor lief. De zomer komt eraan, op zijn Vlieland.

Duinbericht #2

Here Comes The Summer 2017 door de ogen van schrijver en journalist Teddy Tops. Tijdens het festival plaatst ze een voetnoot bij de dag. Hierbij haar tweede Duinbericht.
intothegreatwideopen.nl/duinbericht-twee

Het zand oordeelt niet. Het zit er gewoon. In je sokken, op je vinger met je lens, in je bilnaad en op de bar. Het is er voor iedereen – jong, oud, arm, rijk, vrijwilliger en muzikant. De een zoekt het op, de ander klopt het af.

’s Avonds, als The Mysterons hun jonge enthousiaste talent hebben ingepakt en de duinen over klimmen, is het zand er om een vuurtje te stoken in de branding. Om op te dansen, te zingen, slokjes bier op te verliezen totdat de zon langzaam maar zeker weer boven de duinen uit kruipt.

’s Ochtends is het zand er voor de vroege vogels, die het in yoga posities tussen de tenen en de vingers laten glijden. Voorbij komen diverse cow/cat posities, zonnegroeten, een downward facing dog en een Tadasana – als volleerde yogini’s bewegen onze dorpelingen zich sierlijk over het strand.

Deze dag is als scrub voor de ziel.

Op een zilte zondag als deze zijn ze toe aan een stevige bak Koffie. Maar ook de waanzinnige combinatie van Gregory Frateur en Charlotte van den Broeck zal hen goed doen. Deze dag is als scrub voor de ziel.

Sommige dorpelingen wagen zich in het schitterende water, anderen sippen aan het eerste witbiertje van de dag. De meeuwen gillen moord en brand, maar zij weten wel beter. In de toiletgebouwen in de verte hoor je iemand in downward facing dog boven de pot hangen. Het zand tussen haar tenen oordeelt niet.

Dreek

Voorgedragen tijdens Mensen Zeggen Dingen #6 in de Ekko op 29 maart 2017

Een groot deel van de mensen vandaag aanwezig kwam natuurlijk voor een optreden van iemand die helaas ziek is geworden. Afgelopen maandag had hij zijn concert naar vandaag in de Ekko verplaatst, maar tot ons aller spijt is hij nog steeds niet beter en zit hij op dit moment hier, aan de bar, zich laveloos te drinken, en kan hij zodoende wederom niet voor jullie performen. Ik begrijp dat jullie je geld terug willen, maar dat gaat helaas niet.
Het is daarom dat we we samen hebben besloten dat ik een van zijn songteksten voor jullie zal voordragen, in het Nederlands. Zodoende krijgen jullie toch nog een beetje waar jullie voor zijn gekomen, en kan de beste man gewoon lekker blijven doen waar hij mee bezig was.

Na uren van Il Mulino
Of Sotto Sotto, gewoon praten over vrouwen en wijn
Het contract zoals een Dan Marino uit 1991
Ik zweer je dat Michael Rapino mijn ego aan het boosten is
Ik ben enorm gefocust, we hebben geen tijd om te rusten
Het debat zwelt aan over wie hier nu de beste is
Het duurde even, maar nu heb ik de jokers uit de decks gehaald
Ik hou alle kaarten en negers willen ineens schaken
Ik hoor het je zeggen, zeg het twee keer zodat ik weet dat je het meent
Maar fuck dat, dat doe ik niet, je zou moeten weten wie ik ben
Ik ben authentiek, dit is mijn echte naam, geen grapjes
Geen spel, ik ben niet aan het spelen met jullie negers
Mijn klasgenootjes zijn allemaal accountants
Of ze werken bij hun ouders, maar ze denken terug aan hoe ze mij behandelden
Ik zou eens naar de reunie van mijn middelbare school moeten gaan
Dan moet iedereen eerst door alle veiligheidscontroleposten worden gecheckt
Dan zijn de rollen omgedraaid, de bruggen staan in brand, je leeft en leert
Met de inkt, zou ik het woord vermoorden voor mijn broer Irv
Ik zweer je dat de shit zojuist begon te klikken, hond
Je weet dat het echt is als je bent wie je denkt dat je bent
Fuck al dat ‘blij om hier te zijn’ shit die jullie van me willen
Ik ben een grote jongen, ze willen me nog steeds klein broertje noemen, de honden
Alsof ik binnen de lijntjes moet kleuren
Alsof ik jullie moet waarschuwen wanneer ik iets ga zeggen als ‘Ik ben de grootste van mijn generatie’
Alsof ik me anders moet kleden
Alsof ik minder agressief en pessimistisch moet doen
Alsof ik nerveus moet zijn en minder afwijzend
Alsof ik me goed moet gedragen
En geen grove grootse dingen mag doen
Net zoals de andere legendes
Alsof ik niet het spel van de letteren heb bestudeerd
En geloof me, ik doe het niet hetzelfde maar ik doe het beter
Alsof ik dat niet al duidelijk genoeg heb gemaakt
Alsof ik nog iets moet bewijzen
Alsof ik me hierom schuldig moet voelen
Ik heb net voor het geld van vier Ferraris een horloge gekocht