Ik ben twaalf

Geschreven voor Shortreads.nl

Ik ben twaalf jaar. De oudste van de school. Er zijn jongens in mijn klas die al dertien zijn, maar ik bedoel meer dat wij met de klas de oudste van de school zijn. Grappig, want de kinderen die een klas onder ons zitten – in groep zeven, die zijn eigenlijk maar een jaar jonger. Er zijn jongens in die klas die al twaalf zijn, zoals ik. Maar toch merk je het verschil. Wij zijn gewoon iets volwassener. Wij spelen bijvoorbeeld al niet meer. Of ja, niet echt. Soms doen we nog wel met ze mee, maar dan merk je ook al dat wij niet ècht meedoen, maar meer omdat zij dat zelf leuk vinden. Jongens tegen de meisjes doen we dan ofzo, dat kan nog wel okeé zijn.

Meestal zitten we met de klas op de bankjes aan de zijkant van het schoolplein. Sommigen roken sigaretten, ik niet, ik vind dat stinken. Dan drinken we blikjes cola en hebben we het over degenen die er niet bij zijn. Dat praat makkelijker dan over de kinderen die er wel bij zijn, want die vinden dat dan vaak niet fijn om te horen.

Tikkertje of verstoppertje doen wij allang niet meer. Net zoals knikkeren. Dat doen echt alleen de kleintjes. Soms is het leuk om bij de echte kleintjes te gaan kijken, die hebben een poppenhoek en een leeshoek met allemaal kussens. Dan kun je zo’n kleintje voorlezen of met ze kleien of verven. Als het een kliederzooi wordt zitten ze helemaal onder de verf, vet grappig. Dat is tof totdat ze gaan huilen. Want die kleintjes kunnen gillen, dat is niet normaal.

Ik heb mijn agenda voor dit jaar al helemaal mooi gemaakt. Deed ik in de vakantie al. Met stickers, hartjes en paardenhoeven voor geluk. Mijn beste vriendin heeft er een brief aan mij ingeschreven. Heel lief is die, ik ga hem voor altijd bewaren. Ook omdat wij voor altijd beste vriendinnen zullen blijven. Dat weet ik, want daar hebben we het laatst nog over gehad.

Ze zit nu naast me. Ik houd haar hand vast, en zeg tegen de mannen die me af en toe water komen brengen dat ik niet alleen ben. Dat ze meer kinderen moeten redden. We zitten verstopt, maar dit is geen spelletje. Dat merk je aan hoe serieus iedereen is. Tussen de kieren door komt fel licht, het lijken bouwlampen. Maar hier wordt niks gebouwd. We zitten onder de tafel, op de tafel ligt de rest van het schoolgebouw. We gillen niet. We zijn stil. Dit is geen spelletje. Ik hoor mensen huilen buiten. Ik hoor mama’s stem. Opeens voel ik mij een kleintje. De tranen prikken in mijn ogen. Ik knijp in de hand van mijn beste vriendin. Ze knijpt niet terug.