COLUMN | Nader de Ander

Gepubliceerd in het magazine van Theaterfestival Boulevard op 16 – 08 – 2020

Ik weet het niet.

Laat ik dat voorop stellen. Ik weet niet hoe je je echt kunt in-leven in een ander. Weet jij dat wel? Wanneer is de laatste keer geweest dat je iemand anders’ emotie hebt gevoeld? Hoe voelde dat? Als een steek? Als een warme golf, vanuit je buik door je ruggenwervel tot achter in je nek? Daar voel ik het, denk ik.

Het voelt bij mij een beetje als een bal. Bij jou ook? Hij brandt soms als hij in mijn buik begint. Hij kruipt langs de buitenkant van mijn keel omhoog, zodat mijn keel ervan dichtknijpt. Soms komt hij helemaal van achter in mijn nek, aan het begin van mijn schedel, tot aan mijn ogen. Dan huil ik.

Soms nog voordat ik met mijn hersenen heb bedacht me in te leven, is de bal al naar mijn traanbuizen geschoten. Dan probeer ik hem nog weg te slikken, maar hij is allang voorbij mijn keel. Herken je dat? 

Wie heeft je voor het laatst aan het huilen gemaakt, door iets wat diegene je vertelde – met of zonder woorden, omdat je wist dat het die ander iets deed? Wanneer was je zo ontzettend trots op iemand dat de bal een ballon werd? Hoe ontsnapte die toen aan je? Uit je mond of uit je ogen? 

Ben je bang om iemand te verliezen? Of jezelf? Wens je wel eens dat je in iemand kon kruipen? Even iemands ogen kon lenen, zodat je kan zien wat diegene ziet of zag? Iemands herinneringen lenen? Of juist vooral even niet in je eigen lijf te zitten, even niet dat zieke / zware / verkrampte / onhandige lichaam te dragen? Even een andere huid aantrekken, met een andere kleur dan de jouwe? Ik zou dat wel willen. Ik zou me best wel eens bij jou thuis willen voelen. 

Ik zou wel eens aan jouw tafel willen zitten, jouw krant willen lezen, jouw slippers aan willen trekken. Ik zou wel eens jouw wasmiddel willen gebruiken – heb jij een eigen wasmiddelmerk? Je lijkt me iemand die dat heeft. Ik zou wel eens jouw paniek willen voelen, jouw schrik schrikken, jouw lievelingsherinneringen memoreren met een glas van jouw lievelingswijn, en jouw favoriete maaltijd proeven met jouw smaakpapillen. 

Ik zou dan – na een hele poos – weggaan en jouw angsten, pijnlijke botten, liefdesverdriet, al je akelige herinneringen in een tas doen en met me meenemen. Zodat jij weer aan die tafel kan schuiven, vrij van alles wat je tegenhoudt. Ik zou nog even blijven, achter de groenbak voor je deur. Kijken wat je als eerst gaat doen. Meteen naar buiten misschien, in je onderbroek. Ik lach je niet uit maar toe. Dans, in de regen liefst, in je onderbroek, met je lievelingswijn en je lievelingsmuts en met iedereen die maar mee wil doen, of je ze nu kent of niet. 

Ik weet niet hoe het moet. Maar ik zou best wel eens.